En zo leerde ik Zintuigelijk schrijven

De allereerste opdracht die ik moest maken en moest inleveren bij de docent voor de Schrijversacademie betrof het zintuigelijk schrijven van een kort verhaal. Dit was een echte eye opener voor mij! Ik gebruik altijd wel een zintuig, voornamelijk het kunnen zien en het voelen. Maar nu moest ik ze praktisch alle vijf inzetten. En zie daar, dacht ik toen, mijn verhaal leeft. Omdat ik tijdens de eerste module steeds meer van dit soort EUREKA momentjes kreeg heb ik besloten de herschreven (naar aanleiding van het commentaar van de docent) versies hier te plaatsen.

Hierbij de opdracht Zintuigelijk schrijven. Deze opdracht bestond uit een aantal stappen waarbij je steeds meer materiaal verzamelt. Je maakt een lijst van dingen die je lekker vindt en kiest er een uit. Vervolgens beschrijf je je keuze aan de hand van een zintuigassociatie. Dit doe je ook voor iets wat je niet lekker vindt. Daarna ga je aan de slag met een profiel opstellen van de hoofdpersoon. Uit een tijdschrift scheur je een foto van iemand die je intrigeert en probeer je je in te leven in hem of haar. Bij de laatste stap maak je een lijst keukenattributen en ingrediënten die passen bij een thriller of bij een romantisch getinte chicklit. Ik koos het laatste, mijn vooralsnog veilige genre. En zo begin je aan een tafel scene waarbij je personage tafelt met een ander personage en het gebruik van zintuigelijke details essentieel is.

————

Zou hij het lekker vinden? Hij is zo stil. Misschien geniet hij gewoon? Ik til mijn vork op en merk dat mijn hand een beetje trilt. God, wat is hij mooi. Nog steeds. En nu zit hij, na vijftien jaar, aan één van mijn tafels te eten.

“Zo, dus een al fresco restaurant?”

Ik knik beamend en snijd een stukje van de gegrilde zalmmoot die voor mij op het wit aardewerken bord ligt. Mijn meest simpele en meest gevraagde gerecht op de kaart. Het roze vlees laat zich als boter snijden en de combinatie van zacht vlees met een bittere kick veroorzaakt een zaligmakende kortsluiting in mijn mond.

“Weet je dat je het hier toen al over had? Een restaurant met uitzicht op de Toscaanse cipressen en ondergaande zon. En zie hier. Het is je gelukt.”

Paul heft zijn glas. We proosten. Een frisse witte wijn rolt over mijn tong en ik laat het daar even rusten. Maar het frisse van de wijn maakt het plotselinge verlangen niet minder onstuimig.

Zijn bruine krullen zijn wat grijzer geworden. Zijn ronde bril heeft hij verruild voor een wat meer hoekig exemplaar. Maar zijn lippen trekken me nog net zo hard naar hem toe.

Een warm briesje blaast door mijn haar en draagt de geur van de lavendel uit de terracotta potten naast onze wankele houten tafel.

“Wat doe je hier eigenlijk, Paul?”

Zijn hand speelt met de kurkentrekker. Mijn slipper blijft haken in het hoge gras. De muziek die ik zachtjes bij het keukenraam heb aangezet wordt nu compleet overstemd door de onzichtbare krekels om ons heen.

“Blij zijn dat ik je weer gevonden heb. En hopen dat ik er nog even van mag genieten.”

Zijn hand rust nu op de mijne. Diezelfde hand die vijftien jaar geleden net zo warm en veilig voelde.

“Dat mag.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *