Kort verhaal

Wanneer ik mijn ogen sluit, is er even niets. Wat ik niet zie, is er nu niet. Hoewel, ik stel me wel van alles voor. Bijvoorbeeld wat zich buiten afspeelt, beneden mijn raam.

Een moeder die haar dreinerige maar oh zo lieve kindje in een tweedehands kinderwagen voortduwt. Een oude meneer die in slechts een achtste van het tempo van de jonge moeder wandelt, met iedere stap leunend op een wandelstok die langzaam lijkt te willen bezwijken onder het drukkende gewicht. Auto’s razen voorbij, fietsers fietsen alsof ze pertinent te laat komen. Mijn ogen sluiten zich voor mijn eigen realiteit en zien achter die oogleden hun eigen werkelijkheid.

Zijn stem brengt me terug naar een punt tussen de twee werelden in.

‘Ben je daar? Aarde aan jou.’

‘Ik ben er niet’, zeg ik en houd mijn ogen nog even gesloten.

‘Ik zie je toch?’

‘Maar ik zie jou niet.’

‘Kom op Saar. Doe niet zo flauw.’

 ‘Okee okee’, zucht ik en open mijn ogen met een grote weerstand.

‘Daar ben je.’

‘Ik was er al.’

Vincent haalt zijn schouders op. 

 

We zagen elkaar voor het eerst bij in een café. ‘Meer dan zeshonderd soorten bier’, stond er op de muur. Hij was daar met zijn vrienden en ik met mijn broer. 

‘Wat moet ik met hem? Hij kijkt steeds naar me.’

David, mijn broer, wilde zich omdraaien maar ik hield hem tegen. 

‘Straks ziet hij je.’

David haalde zijn schouders op en nam een slok van zijn speciale bier.

‘Als hij steeds naar je kijkt, vindt hij je leuk.’

‘Niet waar.’

‘Wel. Waarom kijkt hij anders naar je. Kennen jullie elkaar?’

Ik schudde mijn hoofd.

Naarmate de avond vorderde begon ik hem steeds interessanter te vinden. Het was pas toen ik opstond om weg te gaan en mijn broer naar het toilet was, dat hij op me af durfde te stappen. Of ik de avond daarna al plannen had. Ik gaf hem mijn nummer.

‘Bel me morgen maar even. Dan weet ik hoe mijn dag eruit zal zien.’

Enigszins verbaasd nam hij het papiertje met mijn telefoonnummer erop aan en ik voelde hoe hij me na keek terwijl ik achter David aan naar buiten liep.

‘Nu valt ‘ie je misschien lastig.’

Maar ik wist zeker dat hij dat niet zou doen. En nu woont hij bij me, sinds een jaar en drie dagen. 

 

Vincent zucht. 

‘Je hoeft me ook niet te begrijpen.’

‘Maakt het wel makkelijker.’

Na deze woorden staat mijn lief op en trekt zijn jas aan.

‘Waar ga je naartoe?’ vraag ik en voel de verliefdheid weer opborrelen.

‘De supermarkt. De koffie is op.’

Vincent blaast een kusje naar me en trekt de deur achter zich dicht. 

Ik sluit mijn ogen weer en luister naar de stilte in ons appartement en de geluiden op straat die zich via het open raam een weg naar binnen proberen te dringen. 

 

Mijn gedachten gaan terug naar het moment dat Vincent me belde.

‘En, weet je het al?’

‘Nee.’

‘Weet je dan misschien wanneer je het wel weet?’

‘Probeer het rond een uurtje of vijf nog eens.’

Ik genoot stiekem van dit kleine machtsspel.

‘Okee’, klonk het twijfelachtig aan de andere kant van de lijn.

En toen hij voor de tweede keer belde, netjes om vijf uur, gaf ik toe.

‘Dat wordt wat later’, zei hij met een glimlach terwijl we het restaurant inliepen. ‘Ik begrijp je nu al niet.’

Mijn hand zocht de zijne.

‘Ik houd van mijn eigen stukje realiteit. Die hoeft niet iedereen te begrijpen.’

Terwijl hij een biertje bestelde, sloot ik mijn ogen. Ik zag hem voor me, in mijn appartement, de deur achter zich sluitend met de sleutel in zijn ene hand en in zijn andere hand een pak koffie.

‘Daar ben je.’

Hij knikte tevreden. 

‘Kopje koffie?’

Ik trok een vies gezicht.

‘Nee dank je.’

 

De deur valt in het slot en ik open mijn ogen. 

Vincent sluit de deur achter zich met de sleutel in zijn ene hand en in zijn andere hand een pak koffie.

‘Daar ben je.’

Hij knikt tevreden. 

‘Kopje koffie?’

Ik trek een vies gezicht.

‘Nee dank je.’

 

Je houd misschien ook van..

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.