Kort verhaal: Eindes zijn het begin

‘Die piano klinkt vals, Dan.’

Jaja, weet ik.

‘Dan!’

‘Ja! Ik weet het.’

Mijn vingers rusten op de toetsen. Ik speel enkele noten, maar John heeft gelijk, de piano klinkt vals.

‘Heb je je glas al leeg, John?’

Zo te zien niet. En John ziet er niet uit alsof hij van plan is naar huis te gaan. De barman wast de glazen af van een avond vol muziek, gelach en een hoop drankjes. Hem maakt het niets uit. Het enige geluid wat je nog hoort is de handdoek die een piepend geluid maakt bij het afdrogen van een glas, het water waarmee de glazen omgespoeld worden, het glas van john dat hij na iedere slok net iets te hard op de bar neerzet en mijn gepingel op de piano.

‘Ik heb Joanie gisteren gezien.’

Een akkoord. Niet fraai.

John kijkt op van zijn glas.

‘Waar?’

Nog een akkoord. Ook niet fraai.

‘Op de parkeerplaats bij de supermarkt.’

‘Man, dat moeilijk zijn geweest voor je.’

Ik haal mijn schouders op. John pikt dat niet.

‘Kom op Dan. Eerlijk.’

Geen akkoord. Ik leg mijn handen in mijn schoot en kijk naar mijn zwarte nagels. Zelfs tussen de groeven van mijn huid zit zwarte viezigheid.

‘Okee, het was moeilijk. Ze zag er gelukkig uit. Ze straalde.’

‘Weet je nog? Die keer dat ze een nachtmerrie had en midden in de nacht tussen ons in kwam zitten?’

***

‘Joan, je bent weer te laat.’

‘Sorry mevrouw.’

Ik kijk snel om me heen en ga zitten op de eerste vrije stoel die ik zie. Het duurt even voordat ik doorheb dat ik naast Susan ben gaan zitten.

Ze werpt me een meelevende glimlach toe en schrijft net als ik de datum op in een notitieboek.

Het is een langdradig college en wanneer de lichten uitgaan voor een presentatie buigt Susan naar me toe.

‘Jo, waar was je?’

‘Genieten van de bloemen onderweg. Heb je ze niet gezien? Ze zijn zo mooi in bloei.’

‘Soms vraag ik me echt af wat er in dat hoofd van je omgaat.’

Ik haal mijn schouders op en lach naar Susan. Ik kruis mijn benen en trek mijn laarzen wat hoger. De draden van mijn korte jeans draai ik om mijn vinger. Heen en weer. Indraaien en uitdraaien.

‘Suus?’

Ze zit nog steeds naar me toe gebogen en knikt.

‘Drie keer raden wie ik gisteren tegenkwam.’

‘Geen idee. Wie?’

‘Mijn vader.’

‘Wat?’

Dat laatste was net iets te hard en meteen hebben we een berisping te pakken.

***

‘Ja, dat weet ik nog. Jezus wat was het vroeg in de ochtend en jij en ik waren nog steeds bezig met repeteren.’

‘Omdat jij maar niet de tekst in je hoofd gestampt kreeg.’

Dat is waar.

‘En ineens stond ze daar. In haar witte pyjama en dat gekke konijn in haar handen geklemd.’

Ik zie Joanie weer voor me. Vijf jaar was ze. Zo klein, lange haren en grote wijze ogen. Ze kroop op mijn schoot en pakte de bladmuziek van me af. John en ik lieten haar zitten bij mij. Ze viel als een blok in slaap.

‘En verrekt als het niet waar is, binnen no time had jij die song onder de knie.’

‘En jij heb Joanie toen weer in bed gelegd. Weet je nog?’

John drinkt zijn laatste slok en knikt.

‘Ze studeert nu.’

‘Heb je haar gesproken?’

‘Ja kort. Totdat haar bus kwam. Ze is zo mooi John. Tien jaar man. Tien jaar hebben we elkaar niet gezien. Niet gesproken en dan staat ze ineens voor me.’

Ik schop tegen de pedalen van de piano. De barman kijkt verschrikt op en werpt me een geïrriteerd blik toe.

***

‘Zie je hoe mooi deze rozen zijn? Kijk! Ruik!’

Susan deelt niet mijn liefde voor bloemen. Maar ze kijkt en steekt haar neus in een felroze roos. Voor mij.

‘Hoe zag je vader eruit? Hoe herkende je hem?’

Je eigen vader vergeet je niet. Ik was negen.

‘Hetzelfde. Alleen met baard. Zo’n houthakkersbaard.’

Susan grinnikt.

‘Past wel bij hem. Hij zag er goed uit. Wel een beetje droevig. Weet ik veel.’

We lopen zwijgend naast elkaar richting huis.

‘Het was vooral raar hem te zien.’

‘Woont hij hier?’

‘Weet ik niet!’

‘Het was maar een vraag.’

Ik stoot Susan aan, kort tegen haar schouder.

‘Sorry.’

***

‘Negen was ze.’

‘Toen ze verhuisde?’

‘Ja.’

‘Spreek je Mona nog wel eens?’

‘Nee. Al jaren niet meer.’

Het is fris buiten. We zijn op straat gezet. De barman wilde naar huis. De meeste café’s gaan dicht en lichten gaan uit, rolluiken naar beneden. De drukte van de avond maakt plaats voor de stilte van de nacht.

‘Is ze terug?’

‘Mona?’

‘Ja of allebei?’

‘Nee volgens mij is Joanie terug verhuisd. Of met Mona. Geen idee. Ze is nu negentien. Woon je dan nog thuis?’

John haalt zijn schouders op.

‘Heb je haar telefoonnummer?’

‘Ja.’

***

‘Geeft niet. En nu?’

‘En nu niets.’

‘Dat was het? Je ziet je vader op straat lopen, spreekt hem en dan niets?’

‘Ik denk het.’

‘Je doet heel vaag Jo.’

Ik haak mijn arm in die van Susan en leg mijn hoofd op haar blote schouder.

‘Laten we wat gaan drinken. Bij Bagels?’

Susan zucht, maar kent mijn grillen.

‘Oké. Maar niet te lang, mijn moeder wil dat ik de hond uitlaat straks.’

‘Geen zorgen, dat halen we wel.’

***

Mijn hoofd kraakt. Of zo lijkt het. De zon kruipt tussen een kier van de gordijnen naar mijn bed. Stof dwarrelt eindeloos rond. Een blik op mijn horloge vertelt me dat het misschien tijd is om op te staan. Ik gooi het dekbed van me af en daarmee vallen verschillende boeken, broeken en shirts op de grond. Een muffe geur komt me tegemoet. Ik neem een diepe hap lucht, open de gordijnen en het raam en blaas uit. Ik word te oud voor dit soort avonden.

Koffie en gebakken eieren helpen me op gang te komen en de douche zet de puntjes op de i. Met nog een kop koffie bekijk ik mijn agenda aan de keukentafel. Veel repetities. Weinig concerten deze week. Maar wel een show om naartoe te werken.

Ik zoek mijn telefoon. Een zoektocht onder mijn bed levert weinig op totdat ik erachter kom dat ik deze gewoon al in de keuken heb gelegd. Nul berichten. Haar nummer. Op een briefje naast mijn telefoon.

***

Ik zwaai Suus uit vanuit de bus en verheug me op een avond muziek luisteren op mijn kamer zonder gezeur. Misschien lees ik mijn boek wel uit. Mama is de deur uit. Ik leg mijn rugzak op de stoel naast me en pak de oordopjes uit het voorvak. Ik plug ze in mijn telefoon en zoek naar Coldplay. De hobbels in de weg ebben weg op de klanken van Yellow. Ik zie papa voor me. Hoe verschrikt hij keek toen hij me zag staan bij de bushalte. Hoe hij praktisch rennend op me af kwam. Hij was geen vreemde voor me. Dat had ik wel verwacht. Alleen de baard was anders. Maar als hij mijn hand had gepakt zoals hij dat vroeger deed en met me mee naar huis was gelopen, was ik zo meegegaan. Ik wilde hem meteen vertellen over mijn dag. Ik wilde dat hij mijn hand vastpakte. Maar toen kwam de bus. Snel heb ik een papiertje uit mijn notitieboek gescheurd en mijn nummer opgeschreven. Natuurlijk belt hij niet. Hij heeft al die tijd niet gebeld.

***

Toen ze acht was was haar fascinatie voor mijn muziek ineens verdwenen. De speeltuin, vriendinnetjes, mama. Dat was belangrijk. En dat was oké. Ik bracht haar iedere ochtend naar school. Samen, hand in hand. De kleine voetjes in te grote laarzen. Haar wilde haren die ze nu nog steeds heeft.

Ik speel met het papiertje in mijn hand. Op de achterkant staat een hartje gekleurd met roze pen. En een half woord. Ik kan het niet goed lezen. Misschien moet ik haar bellen. Ik wil haar bellen. Het is mijn eigen dochter. Maar wat schiet zij ermee op? Wat zeg je na tien jaar?

***

De bus rijdt om. Ik stuur mijn moeder een bericht dat ik later ben. Geen antwoord. Het maakt ook niet uit, er is nog tijd. Ze is misschien wel aan het werk. Sinds ik studeer ben ik de dagen kwijt. Dat ik gisteravond tot half twee ’s nacht The Vampire Diaries heb uitgekeken helpt mijn geheugen ook niet.

Halverwege Trouble stopt de muziek. Een onbekend nummer. Ik neem niet op. Het zal wel weer zo’n bedrijf zijn. De beller houdt vol tot mijn telefoon hem afkapt. Oproep gemist. Trouble gaat verder.

***

Een sms dan?

Ik haat berichten tikken, maar de jeugd luistert vast geen voicemails af.

‘Dag Joanie. Je bent vast druk. Bel je me als je tijd hebt? Hier is mijn nummer. Groetjes, papa.’

Mijn duim staat op de verzendknop. Niet twijfelen.

Verzenden.

***

Bliep bliep.

Everything’s not lost stopt. Ik baal, het is mijn lievelingsliedje. Op mijn schermpje flikkert een bericht. ‘Dag Joanie. Je bent vast druk. Bel je me als je tijd hebt? Hier is mijn nummer. Groetjes, papa.’

Mijn hart zit nu in mijn keel. Zonder teveel na te denken tik ik terug:

‘Hoi pap, ik bel je vanavond.’

Verzenden.

‘Groetjes, Jo.’

Verzenden.

————————————————————————————

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*
*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.