Januari zou januari niet zijn zonder een uitdaging. Dry January is niet aan mij besteed, maar een schrijfchallenge durf ik wel aan. En dat komt goed uit, want ik heb de afgelopen weken bar weinig geschreven. Ik vond een challenge van één van mijn favoriete schrijfsites: Eva Deverell’s Creative Writing Blog.

Heel wat dagen hebben schrijfopdrachten die behoorlijk buiten mijn comfortzone liggen, maar ik ga het doen. En ik ga het op mijn manier doen. Want iedere dag een kort verhaal schrijven terwijl ik ook nog aan mijn boek werk is wat enthousiast. Dus ik schrijf op de eerste dag een verhaal en op de tweede dag doe ik de edits. De challenge duurt op die manier iets langer dan gepland, maar dat is oké. Het is een oefening en hoe meer je oefent, hoe beter het wordt. Dus het kan zo maar zijn dat het ene verhaal je aanspreekt terwijl het andere verhaal je totaal niet kan bekoren. En dat is prima!

Dus dag 1:

Hier ben ik een beetje op safe gegaan. Sci-fi is NIET mijn genre. Dus ik heb hier mijn eigen draai aangegeven en ben op de eerste dag binnen mijn comfortzone gebleven. Ik beloof je, gedurende deze challenge zal ik erbuiten treden!

Een impulsaankoop die leidt tot een intergalactische oorlog

Susan twijfelde of ze die ochtend weer richting de boekenwinkel zou lopen of dat ze nu echt die wandeling door het park richting Dean Village zou maken. Sam lag in diepe slaap naast haar. Tien uur, zei de digitale wekker op het nachtkastje. 

Susan sloop uit hun bed, kleedde zich aan en probeerde dat geruisloos te doen. Ze wilde Sam niet wakker maken na zijn nachtdienst.

In de keuken pakte ze een boterham en stak deze in de toaster. Ze vulde haar thermosbeker met thee en liep al knabbelend aan haar getoaste boterham het appartement uit. Ze wist nog steeds niet wat ze wilde doen. Alle dagen leken de laatste tijd zoveel op elkaar. Haar arts adviseerde haar het patroon te doorbreken. ‘Ga eropuit’, ‘Doe wat je gelukkig maakt, dat is beter voor je herstel’. Ze had gelijk, dat wist Susan ook wel. Maar hoe kom je terug van een burnout? Een burnout die maar niet over leek te gaan. Susan was al gaan sporten, ze volgde een cursus tekenen en was begonnen met boeken lezen, iets wat ze al sinds haar middelbare school niet meer had gedaan. 

Het eerste boek ging moeizaam en was al meerdere keren door de kamer gevlogen. Sam wist haar te overtuigen om door te blijven lezen. Bij de laatste hoofdstukken kon ze het niet meer loslaten, ze moest weten hoe het zou eindigen.

De volgende paar boeken pakte ze uit de kast van Sam, de boeken daarna haalde ze uit de bibliotheek. De bibliotheek was voor haar een magische plek geworden, een plek waar je gratis mocht zitten, gratis mocht lezen, in boeken mocht bladeren zonder dat iemand je afwachtend aankeek of je het boek ook daadwerkelijk ging kopen. Maar ook de bibliotheek kende haar beperkingen. Klassen met kinderen stroomden dagelijks binnen en haalde Susan constant uit haar concentratie. Klierende studenten die allebehalve studeerden irriteerde haar en boeken die Susan wilde lezen waren uitgeleend.

‘De boekenwinkel op de hoek is een leuke plek om eens te gaan kijken’, opperde haar vriendin Sally. 

‘Welke hoek?’ vroeg Susan.

‘Nee gekkie, de ‘Boekenwinkel op de Hoek’, Victoria Street.’

Sally lachte haar uit en terwijl ze dat deed klingelden de grote gouden oorbellen mee op het ritme van haar uitbundige lach. Susan haatte oorbellen, ze haatte zelfs sieraden. Alles wat niet in of bij haar lichaam hoorde kon ze niet uitstaan, het prikte, kietelde of schuurde tegen haar huid. Dat was ook iets waar ze van de arts mee aan de slag moest: haar overactieve zintuigen. Misschien wel de reden van haar burnout. Een druk kantoor voelde voor Susan als een mierenhoop, deadlines waren op haar afkomende dolken en autoritaire bazen leken op alles verpletterende olifanten. 

De boeken waren als medicijnen voor haar geprikkelde brein. En dus liep ze die ochtend weer naar de ‘Boekenwinkel op de Hoek’. 

De eigenaar herkende haar inmiddels en knikte vriendelijk toen Susan als eerste klant van de ochtend naar binnen stapte. 

Inmiddels had Susan de kunst van het zorgvuldig een boek uitzoeken onder de knie: negeer de kaft, lees de eerste paar bladzijden, dan de flaptekst en blader het dan nog even door. Voelde het goed, dan nam ze het mee. Tot nu toe werkte deze tactiek die Sam haar had aangeleerd. 

Maar ook die tactiek begon te lijken op een routine en ze was op oorlogspad tegen routine. Ze wilde het die ochtend heel anders doen. En dus sprak ze haar zintuigen weer aan. Haar ogen, dit keer. Ze zou een boek uitzoeken met een aansprekende cover. Een cover waardoor ze het zonder nadenken wilde kopen. Het lukte. De omslag van het dikke boek was een diepe kleur paars met verschillende planeten erop afgebeeld in helder wit en geel en oranje. De planeten leken van de omslag af te springen.

De eigenaar trok een wenkbrauw op toen hij het boek van haar aannam. 

‘Zeker weten?’ vroeg hij.

Susan knikte en veegde een blonde lok uit haar gezicht. 

‘Zeker weten.’

Vanaf de zolder kwam een zoemend geluid en het gepuf van Sam. Hij zat op zijn roeiapparaat. Zijn gewone dag was begonnen. Na het roeien ging hij ontbijten om vervolgens een rondje te gaan hardlopen met de buurman. Daarna zou hij boodschappen doen, zijn mail bijwerken, opruimen en dan koken om vervolgens weer naar zijn werk te gaan. 

Voor Susan was dit dag 130 als werkloze, als opgebrande werknemer, als nutteloze burger in een overactieve maatschappij. 

‘Als iemand die werkt aan haar herstel, bedoel je. Niet jezelf neerhalen.’ Ze hoorde het Sam zeggen in haar hoofd. 

Terwijl buiten dikke regendruppels zich tegen de ramen wierpen en als tranen naar beneden rolden, nestelde Susan zich op de bank. 

Kapitein Robinson wurmde zich met zijn schip door de brokstukken die als een oneindige stroom op hem af leken te komen. 

‘Heeft iemand gedacht aan het activeren van het schild?’

Een roepende in de woestijn was hij. Of eigenlijk, een roepende in dit oneindige heelal op een leeg intergalactisch schip. Iedereen aan boord was dood. Dit was een oorlog die hij niet kon winnen. En toch bleef hij doorgaan. Want een oneindige oorlog in een oneindig heelal had toch zeker ook oneindig veel kansen op winnen? Minstens net zoveel als verliezen? 

Na het lezen van deze eerste alinea klapte ze het boek dicht. Susan moest ook door blijven vechten. Want een oneindig lijkend gevecht in een oneindig lijkende maatschappij had voor haar toch ook zeker oneindig veel kansen op herstel? Minstens net zoveel als verdere aftakeling? Ook Susan was verwikkeld in een soort intergalactische oorlog. Haar brein was haar minstens zo vreemd als het heelal.

Ze nam een slok van haar inmiddels lauwe thee en las verder.

Je houd misschien ook van..

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.