Terug naar Parijs

‘Mam, daar ben je echt te oud voor!’

Ze zei het heel venijnig. Ze bedoelde het vast niet zo, maar het stak als een vlijmscherp mes.

Ik kon ook niet anders dan venijnig reageren.

‘Wat een vertrouwen, bedankt.’

Nina’s gezicht verschoot van oprechte verontwaardiging naar oprecht schuldbewust.

‘Sorry mam. Dat bedoelde ik niet zo. Het spijt me.’

‘Het is al goed. Zet maar even een kopje thee, ik kom zo naar beneden.’

Schoorvoetend liep mijn dochter de trap af. Ik hoorde aan haar tred dat ze zich heel ongemakkelijk voelde. En dat beet. Maar haar reactie beet mij ook. Want ik ben niet te oud. En ik denk ook niet dat ze dat echt bedoelde. Want een vrouw is op haar vierenzeventigste niet te oud om naar Parijs te willen vertrekken. En dat vind ik echt. Een vrouw is op haar vierenzeventigste niet te oud om een droom te willen verwezenlijken. 

Ik wil dit al zo lang. Ik ben helemaal alleen. Mijn man is er niet meer. Mijn zoon woont in Zuid-Afrika en belt trouw op mijn verjaardag. Maar hij is al ruim drie jaar niet meer in Nederland geweest. Ik heb hem zes keer bezocht in de vijf jaar dat hij daar woont. En hij is twee keer in vijf jaar tijd in Nederland geweest. Eén keer voor de begrafenis van zijn vader en één keer voor de bruiloft van zijn zus. Zo hecht als we waren toen hij een klein jongetje was zijn we al heel lang niet meer. 

En dan is daar zijn zus. Nina is getrouwd en heeft geen kinderen. Die wil ze ook niet. Ze behoort tot één van de beste advocaten van dit kleine land. Werkt dag en nacht en neemt alles heel serieus. Behalve haar moeder. Haar moeder die jarenlang dag in, dag uit, klaar stond voor de kinderen en die nu vindt dat haar tijd is aangebroken. 

Vijf minuten voordat ik Nina vertelde van mijn Parijse plannen, kreeg ik een telefoontje van de Franse makelaar: mijn appartement is gereed. Ik kan er volgende maand in. Een heus Parijs appartement, in Montmartre, compleet met riante deuren, Frans balkon, krakende visgraat parketvloer en hoge sierlijke plafonds. En wat ik daar wil gaan doen? Mijn boek schrijven, weer Frans spreken, mijn jeugd herbeleven en mijn oude overgebleven Parijse vriendinnen ontmoeten zoals we dat vroeger deden. We zijn nu alle drie weduwe. Zij wonen nog in Parijs en ik kom terug.

Sinds mijn huwelijk woon ik in Haarlem. Bert en ik ontmoetten elkaar tijdens één van mijn vakanties in Bloemendaal. We botsten in 1961 op het strand tegen elkaar aan. Hij in zijn zwembroek, ik in mijn zomerse jurk. En sinds die dag waren we onafscheidelijk. Brieven gingen over en weer tussen Parijs waar ik destijds woonde met mijn ouders, en Bloemendaal waar Bert woonde. Zijn Frans was génial. In 1963 trouwden we en kochten ons huis in Haarlem. Sinds 1963 mis ik Parijs. 

‘Mam, de thee is klaar!’ klonk er van onderaan de trap.

‘Oui j’arrive!’ riep ik met schorre stem.

Wriemelend aan mijn trouwring nam ik plaats aan mijn keukentafel.

‘Ik vind het eigenlijk wel stoer, mama.’

Nina schoof de doos met theezakjes mijn kant op en pakte daarna mijn hand.

‘Volgende maand he, zei je? Ik zorg dat ik dan vrij ben. Iemand moet de logeerkamer inrichten.’

———-

** Dit verhaal schreef ik voor Libelle’s schrijfwedstrijd 2018. Mijn verhaal heeft helaas niet gewonnen. Maar uiteraard hoort het wel hier thuis, op Mevrouw Tekst!

Eén reactie Voeg de jouwe toe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *